Hoe zit het met een tweede woning als box 3 vermogen?

Heb je naast jouw eigen koop -of huurwoning waar je permanent in woont, nog een tweede woning in het binnen- of buitenland? Dan wordt deze tweede woning voor de belastingheffing beschouwd als een box 3 bezitting. Je geeft elk jaar in jouw aangifte inkomstenbelasting de waarde van de woning op 1 januari van het voorgaande jaar aan.

Wat is het fiscale verschil tussen een tweede woning in Nederland en een tweede woning in het buitenland?

Een tweede woning in Nederland

In fiscale zin is er sprake van een tweede woning wanneer je eigenaar bent van de woning, maar je niet de bewoner van de woning bent. Jouw tweede woning is dan onderdeel van jouw box 3-vermogen. In jouw aangifte inkomstenbelasting geef je de WOZ-waarde op met waardepeildatum 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte. De WOZ-waarde van jouw Nederlandse tweede woning staat op de WOZ-beschikking die je ieder jaar krijgt van jouw gemeente. Stel dat je in 2024 aangifte inkomstenbelasting doet over het belastingjaar 2023: dan geef je in box 3 de WOZ-waarde aan met peildatum 1 januari 2022.

Een tweede woning in het buitenland

Woon je in Nederland en heb je in het buitenland een tweede woning dan dien je al jouw vermogen (waar ook ter wereld gelegen) op te geven in de aangifte inkomstenbelasting. Dit geldt ook voor jouw buitenlandse woning. In jouw aangifte geef je niet de WOZ-waarde op, maar je geeft aan wat de waarde in het economische verkeer van de woning is, in onbewoonde staat. Je geeft de waarde op zoals deze is op 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte.

De WOZ-waarde kun je niet opgeven, omdat voor buitenlandse woningen geen WOZ-waarde wordt vastgesteld. Nadat je de waarde van de buitenlandse woning hebt opgegeven, claim je vervolgens het recht op aftrek. Zo voorkom je het betalen van dubbele belasting.

Een tweede woning in het buitenland: welk land mag belasting heffen over mijn buitenlandse vakantiewoning?

Op basis van internationale afspraken geldt fiscaal gezien dat onroerend goed (inclusief vakantie- en recreatiewoningen) belast wordt in het land waar het onroerend goed zich bevindt. Ben je bijvoorbeeld eigenaar van een vakantiehuis in Spanje?

Dan betaal je Spaanse belasting over de woning. Nederland mag dan, volgens de internationale afspraken, in principe geen Nederlandse belasting heffen over jouw buitenlandse onroerend goed. Nederland moet, volgens de onderlinge internationale belastingafspraken, afzien van belastingheffing over jouw buitenlandse vermogen. Kort gezegd: de Nederlandse belastingdienst hoort jouw vakantiehuis volledig vrij te stellen van de Nederlandse belastingheffing. In jouw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting doet u daarom een beroep op de zogenoemde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

Box 3 wijzigingen tot nu toe

Het box 3-stelsel is de afgelopen jaren verschillende keren aangepast. Elke aanpassing heeft impact gehad op de manier waarop uw (buitenlandse) tweede woning belast wordt. Hieronder vind je een overzicht per wetswijziging:

Box 3-heffing voor de tweede buitenlandse woning vanaf 2017 tot 2020

Met ingang van 1 januari 2017 werd de berekeningswijze voor de box 3-heffing aangepast. Vanaf 2017 gold namelijk de nieuwe, progressieve staffel met 3 vermogensschijven. Hoe hoger jouw vermogen, hoe hoger het veronderstelde rendement op dat vermogen. De eerste schijf begon met een fictief rendement van 2,87 procent, en voor de hoogste schijf was het veronderstelde rendement 5,39 procent. Het belastingtarief bleef 30 procent.

Volgens deze nieuwe regels werd vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting vanaf 2017 berekend via de zogenoemde evenredigheidsmethode. Als bij een gelijkblijvend belastingtarief (30%) een oplopende rendementsfictie wordt gehanteerd (2,87 procent in de eerste schijf, 4,6 procent in de tweede schijf en daarboven 5,39 procent), zorgt de evenredigheidsmethode dat je toch een klein beetje Nederlandse belasting betaalt over de buitenlandse tweede woning. De vrijstelling was dus geen volledige vrijstelling, waardoor je dubbel belast werd voor jouw buitenlandse vakantiewoning. Voor een uitgebreide analyse en rekenvoorbeelden verwijzen wij je graag naar onze eerdere whitepaper hierover. Dit whitepaper is op aanvraag beschikbaar.

Box 3-heffing voor de tweede buitenlandse woning vanaf 2021 tot 2027 (spaarvariant)

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad in een baanbrekend arrest geoordeeld dat de manier waarop de box 3-heffing sinds het jaar 2017 is opgezet in strijd is met zowel het discriminatieverbod (art. 14 EVRM) als het recht op ongestoord genot van eigendom (art. 1 EP EVRM). Als reactie hierop heeft de wetgever een tijdelijke overbruggingswet ingevoerd, waarbij de belasting wordt geheven op basis van de zogenoemde forfaitaire spaarvariant. We noemen dit in de rest van de whitepaper simpelweg de spaarvariant.

Dit nieuwe box 3 stelsel geldt voor de jaren 2021 tot en met 2026. Het principe van de spaarvariant is wederom een forfaitair berekend rendement op vermogen, maar nu gebaseerd op de werkelijke samenstelling van jouw vermogen. Volgens de spaarvariant wordt jouw vermogen onderverdeeld in drie categorieën: spaartegoeden, overige bezittingen en schulden. Elke vermogenscategorie heeft zijn eigen fictieve rendementspercentage. Dit wordt jaarlijks bijgewerkt. We behandelen in dit whitepaper alleen de jaren 2022 en 2023.

Forfaitair rendementspercentages

Soort vermogen
2023 (voorlopig)*
2022
Spaargeld
0,36%
0,00%
Overige bezittingen
6,17%
5,53%
Schulden
2,57%
2,28%

*Dit whitepaper is geschreven (in 2023) op een moment waarop uitsluitend voorlopige fictieve rendementspercentages voor 2023 bekend waren.

Wat is het rendementspercentage voor mijn (buitenlandse) vakantiewoning volgens de spaarvariant?

Een (buitenlandse) vakantiewoning wordt volgens de spaarvariant aangemerkt als overig bezit in box 3. Dit betekent dat je geacht wordt een fictief rendement te hebben behaald op jouw tweede woning van 6,17 procent (2023) en 5,53 procent (2022).

Als eigenaar van een buitenlandse vakantiewoning met een waarde van 300.000 euro word je volgens de spaarvariant in 2023 geacht een rendement op de woning te hebben behaald van €18.510 (= €300.000 x 6,17%). Wanneer je de woning niet verhuurt en jouw rendement dus nihil is, kunnen wij ons voorstellen dat dit extra zuur aanvoelt.