Verantwoordelijkheid nemen

Eerste stappen na CSRD

Organisaties die voorop lopen zien het als een morele verplichting om ervoor te zorgen dat hun bedrijfspraktijken niet bijdragen aan schendingen van de mensenrechten of aantasting van het milieu. Bovendien zien ze ook de voordelen die ketenverantwoordelijkheid voor hun bedrijf kan opleveren. Deze verantwoordelijkheid gaat verder dan hun directe activiteiten; denk bijvoorbeeld ook aan de bron van hun producten en grondstoffen, en alle schakels die waarde toevoegen aan hun product of dienst en die een rol spelen in hun keten. Dit standpunt is niet alleen in lijn met wereldwijde normen en regelgeving, maar sluit ook aan bij de waarden van investeerders en consumenten die prioriteit geven aan duurzaamheid en ethische praktijken.

Voor bedrijven die zich al hebben voorbereid op CSRD, is het voortzetten van hun activiteiten gerelateerd aan je waardeketen een logische en strategische volgende stap. Na het afronden van de Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA) en mogelijke CSRD-rapportage zijn bedrijven beter in staat om een compleet beeld te schetsen van hun waardeketens, inclusief relevante zakelijke relaties en activiteiten. Dit zorgt voor een holistisch begrip van upstream en downstream impactrisico's en kansen, wat niet alleen toekomstige DMA's versterkt, maar ook de transparantie verbetert, informatie geeft over risicobeperkende strategieën en de duurzaamheidsrapportage verbetert.

Een van de meest voorkomende aanbevelingen van auditors na het beoordelen van het eerste CSRD-rapport van een bedrijf is om de informatie over de waardeketen in de volgende rapporten verder aan te vullen en van details te voorzien. Door gaten in de informatie over de waardeketen zo snel mogelijk op te vullen, verbetert niet alleen de kwaliteit van de rapportage, maar laat het bedrijf belanghebbenden ook zien dat het een duidelijk inzicht heeft in de gehele waardeketen en controle heeft over de effecten van zijn producten en grondstoffen. Door actie te ondernemen kunnen bedrijven niet alleen zorgen voor naleving, maar ook hun toewijding aan ethische praktijken en duurzaamheid laten zien aan investeerders, consumenten en de wereld in het algemeen.

Van zachte wetgeving naar harde wetgeving: de opkomst van regelgeving voor waardeketens

Zogeheten 'zachte wetgeving', zoals de OECD (OESO) Guidelines for Multinational Enterprises en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP's), bieden al lange tijd vrijwillige kaders voor verantwoord ondernemen. Hun niet-bindende karakter beperkte echter vaak hun effectiviteit en hun toepassing op grote schaal. In reactie hierop hebben verschillende landen landspecifieke due diligence-wetgeving ingevoerd op basis van de OESO & UNGP, zoals de Duitse Supply Chain Due Diligence Act (LkSG) en de Franse Zorgplichtwet (Loi de Vigilance). De CSDDD bouwt hierop verder door een uniform, juridisch bindend kader op te zetten in de hele EU om normen te harmoniseren en duidelijke oplossingen te bieden, wat zorgt voor een duurzamere en rechtvaardigere wereldeconomie.

Het doel van de CSDDD (en van andere regelgeving voor de waardeketen) is om bedrijven aan te zetten tot meer verantwoordelijkheid in hun bedrijfspraktijken. Dit verbetert niet alleen het risicobeheer en het concurrentievermogen, maar ondersteunt ook duurzame ontwikkeling en sluit aan bij de bredere doelstellingen van de EU, zoals het beperken van de klimaatverandering en de overgang naar een duurzame economie.

Interconnectie met andere relevante richtlijnen voor de waardeketen

Het Europese regelgevingslandschap dat gericht is op het verbeteren van verantwoord en duurzaam ondernemen is in ontwikkeling. Naast CSRD en CSDDD zijn er ook andere EU-verordeningen en richtlijnen die zich richten op specifieke aspecten van de waardeketens van de organisatie en die vragen om inzicht in de waardeketen, transparantie en verantwoordelijkheid. Voorbeelden hiervan zijn de EUDR (ontbossing) en EUFLR (dwangarbeid). Een goede voorbereiding op alle relevante regels en voorschriften vergt veel tijd, middelen en expertise.

Een belangrijk voordeel is dat de stappen die worden beschreven in de Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct van de OESO, ook veel van het basiswerk ondersteunen dat nodig is voor naleving van andere richtlijnen, kaders en wetten. Door de gestructureerde aanpak van due diligence van de OESO toe te passen - risico's identificeren, preventieve maatregelen nemen, de effectiviteit monitoren en transparant rapporteren - kunnen bedrijven een solide basis vormen die aansluit bij meerdere wettelijke vereisten. Zo zorgen ze voor een uitgebreid en efficiënt pad naar naleving.

Klik hier om de afbeeldingen te vergroten

EU Forced Labour Regulation (EUFLR)

Dwangarbeid is wereldwijd een groot probleem en treft naar schatting 27,6 miljoen mensen in 2021, waaronder 3,3 miljoen kinderen. Gemarginaliseerde groepen, zoals vrouwen, minderheden en migranten, lopen vaak een hoger risico. Maar liefst 86% van de dwangarbeid vindt plaats in de particuliere sector, in sectoren variërend van dienstverlening, productie en landbouw tot de bouw. Dit betekent dat een groot deel van de producten die we gebruiken en consumeren een direct verband kunnen hebben met dwangarbeid.

Nu de bezorgdheid over dwangarbeid blijft toenemen, staan bedrijven onder toenemende druk—van regelgevers, investeerders en het publiek—om hun toeleveringsketens onder de loep te nemen en dergelijke praktijken uit te bannen. De EU-verordening betreffende dwangarbeid (EUFLR), die in december 2024 is aangenomen, heeft tot doel de invoer, verkoop en uitvoer van producten die met dwangarbeid zijn gemaakt, te verbieden. De EUFLR vereist en stimuleert de preventie van dwangarbeid (waaronder kinderarbeid) in alle stadia van de levenscyclus van een product, waaronder productie, fabricage, oogst en verwerking, voor zowel in de EU als buiten de EU geproduceerde goederen, evenals online verkoop.

In tegenstelling tot meer gerichte wetgeving kiest de EUFLR voor een globale en verreikende aanpak door alle producten die verband houden met dwangarbeid—ongeacht de sector of geografische oorsprong—te verbannen van de Europese markt. Het geeft nationale autoriteiten de bevoegdheid om onderzoek te doen en handhavingsacties te ondernemen, zoals het verbieden en uit de handel nemen van producten, en sluit expliciet vervoersdiensten uit, zodat de focus blijft liggen op producten en hun componenten. De EUFLR geldt voor alle bedrijven, ongeacht hun grootte, sector of locatie, als ze producten op de EU-markt brengen of producten uit de EU exporteren. Hieronder vallen ook goederen die op afstand worden verkocht, zoals online platforms. Er zullen specifieke maatregelen worden voorzien voor het MKB, samen met richtlijnen voor het opsporen en uitroeien van dwangarbeid in toeleveringsketens.

Verordening ontbossingsvrije producten (EUDR)

Het doel van de EU ontbossingsvrije verordening (EUDR) is om de impact van de EU-markt op ontbossing en biodiversiteitsverlies te beperken en de uitstoot van broeikasgassen door consumptie en productie in de EU te verminderen. Het doel is om te voorkomen dat producten in de EU worden ingevoerd die bijdragen aan ontbossing.

Sinds 1990 is ongeveer 420 miljoen hectare bos verloren gegaan, wat overeenkomt met 3% van het landoppervlak. Schokkend genoeg blijven we elk jaar 10 miljoen hectare bos verliezen. De belangrijkste oorzaak van ontbossing is de uitbreiding van landbouwgrond, gekoppeld aan de productie van grondstoffen zoals vee, hout, cacao, soja en koffie. Als belangrijke economie en consument van deze grondstoffen draagt de EU een gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor ontbossing.

De EUDR is een rapportageverordening die zorgvuldigheidseisen stelt aan marktdeelnemers en handelaren die relevante producten op de EU-markt brengen. Due diligence verplicht bedrijven in deze context om de negatieve impact van producten op het gebied van ontbossing of aantasting van bossen te onderzoeken, zowel binnen de EU als wereldwijd. Bedrijven moeten informatie verzamelen om naleving aan te tonen, het risico op niet-naleving te evalueren en waar nodig maatregelen te nemen voor producten die ze op de markt brengen. Bovendien moeten bedrijven hun inspanningen rapporteren en communiceren aan de autoriteiten en, in beperkte mate, aan het publiek.

De EUDR sluit aan bij de bredere doelstelling om de impact van de EU op ontbossing en aantasting van bossen te verminderen, zoals wordt bevestigd in de mededeling van de Commissie van 2019 over het opvoeren van de EU-maatregelen ter bescherming en herstel van de bossen in de wereld, de Europese Green Deal, de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 en de CSDDD.

De gevolgen van niet-naleving

Het niet naleven van de verschillende due diligence-regels voor de waardeketen kan aanzienlijke gevolgen hebben voor bedrijven. Naast boetes of de inbeslagname van goederen kunnen bedrijven te maken krijgen met wettelijke aansprakelijkheid, waardoor ze verplicht zijn om de schade te herstellen die is veroorzaakt doordat ze de regels niet hebben gevolgd. Dit kan voor de getroffen partijen financiële compensatie betekenen en andere corrigerende maatregelen.

Als een bedrijf niet de juiste zorgvuldigheid in de waardeketen kan aantonen, kan dat bovendien de reputatie van een bedrijf ernstig schaden. Daardoor neemt het vertrouwen van belanghebbenden, investeerders en consumenten af. In een tijdperk waarin verantwoordelijkheid voor de waardeketen steeds belangrijker wordt, kan het niet voldoen aan deze normen leiden tot verlies van zakelijke kansen en succes op de lange termijn.

Activiteiten op het gebied van ketenverantwoordelijkheid worden ook aanbevolen voor bedrijven die niet onder het toepassingsgebied van de CSDDD en andere regelgeving voor de waardeketen vallen

De CSDDD-richtlijn richt zich specifiek op grote bedrijven met significante activiteiten in de EU en omvat organisaties die zowel binnen als buiten de EU zijn gevestigd. Bedrijven die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen en die ook onder de CSRD vallen, zullen moeten rapporteren over hun inspanningen op het gebied van due diligence in de waardeketen in de duurzaamheidsverklaring van hun CSRD-verslag. Hoewel deze richtlijnen in de eerste plaats gericht zijn op de grootste bedrijven, zullen de effecten verder reiken omdat (beperkte) informatieverzoeken zullen doorwerken in de waardeketens. Kleine tot middelgrote bedrijven die goederen en diensten leveren aan deze grotere bedrijven worden dan ook getroffen. Als gevolg hiervan is het sterk aan te raden dat ook deze bedrijven hun praktijken afstemmen op de normen van de richtlijn. Zo blijven ze concurrerend op de markt door een aantrekkelijke zakenpartner te zijn voor grotere bedrijven, terwijl ze er tegelijkertijd voor zorgen dat hun bedrijfsvoering of waardeketenactiviteiten geen schade toebrengen aan mensen of de planeet.