Van soft law naar hard law:
de opkomst van waardeketenregelgeving
Soft‑law‑instrumenten, zoals de OESO‑richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN‑Richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten (UNGP’s), bieden sinds 2011 uitgebreide internationale kaders voor verantwoord ondernemerschap. Deze beschrijven de verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren en het proces van due diligence op het gebied van mensenrechten en milieu.

Sindsdien hebben diverse nationale en regionale wetgevingsinitiatieven onderdelen van deze due diligence verplicht gesteld, waaronder:
- openbaarmakingsmaatregelen, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive;
- brede due‑diligencemaatregelen voor de waardeketen, zoals de Corporate Sustainability Due Diligence Directive en nationale wetten zoals de Franse Loi de Vigilance en de Duitse Supply Chain Act;
- specifieke due‑diligencemaatregelen voor de waardeketen, zoals de EU‑Batterijenverordening en de EU‑Verordening conflictmineralen;
- markttoegangsgerichte regelgeving, zoals de EU‑Ontbossingsverordening en de EU‑Verordening inzake dwangarbeid.
Hoewel deze wetten verschillen in specifieke eisen, reikwijdte en mogelijke sancties, zijn zij gebaseerd op de internationale kaders van de OESO‑richtlijnen voor verantwoord ondernemerschap en de VN‑Richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten. Door de gestructureerde OESO‑benadering van due diligence te volgen – risico’s identificeren, actie ondernemen, effectiviteit monitoren, transparant rapporteren en herstel ondersteunen – kunnen bedrijven een robuuste basis creëren die aansluit bij meerdere wettelijke vereisten, en zo zowel efficiënt aan compliance werken als de voordelen van waardeketenmanagement benutten.
EU‑verordening inzake ontbossingsvrije producten (EUDR)
De EUDR heeft tot doel de bijdrage van de EU aan wereldwijde ontbossing en bosdegradatie te verminderen door ervoor te zorgen dat bepaalde producten die op de EU‑markt worden gebracht of vanuit de EU worden geëxporteerd, ontbossingsvrij zijn en zijn geproduceerd in overeenstemming met de wetgeving van het land van herkomst. De EUDR verbiedt het op de markt brengen of exporteren van producten die onder de reikwijdte vallen, tenzij bedrijven kunnen aantonen dat deze ontbossingsvrij zijn, in overeenstemming met lokale wetgeving zijn geproduceerd en worden gedekt door een due‑diligenceverklaring die via het EU‑informatiesysteem is ingediend.
Kernverplichtingen op het gebied van due diligence zijn onder meer:
- het verzamelen van informatie over de toeleveringsketen, inclusief geo-locatiegegevens van percelen;
- risicobeoordeling van ontbossing en illegaliteit;
- risicobeperking wanneer meer dan een verwaarloosbaar risico wordt vastgesteld;
- het indienen en bewaren van due‑diligenceverklaringen.
De verantwoordelijkheid voor het indienen van de due‑diligenceverklaring ligt primair bij de operator die het product als eerste op de EU‑markt brengt. Niet‑naleving kan leiden tot boetes, inbeslagname van producten en uitsluiting van de markt.
Toepasselijkheid De EUDR is een productgerichte due‑diligencewet en is van toepassing op alle operators en handelaren die relevante grondstoffen (runderen, cacao, koffie, oliepalm, rubber, soja en hout) en afgeleide producten op de EU‑markt brengen of vanuit de EU exporteren. Als productgerichte verordening is zij van toepassing op zowel EU‑ als niet‑EU‑bedrijven, inclusief niet‑EU‑producenten waarvan goederen de EU‑markt betreden.
Wanneer
- Grote en middelgrote operators: 30 december 2026
- Micro‑ en kleine ondernemingen: 30 juni 2027
Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)
De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) is een bindende wet voor ondernemings‑due diligence. Bedrijven die onder de reikwijdte vallen, moeten een risicogebaseerd due‑diligencesysteem opzetten en implementeren dat mensenrechten‑ en milieueffecten in hun activiteiten en zakelijke relaties omvat. De CSDDD verschilt van de CSRD doordat zij niet alleen om openbaarmaking draait; zij verplicht bedrijven ook om daadwerkelijk te handelen en verantwoordelijkheid te nemen in hun waardeketen.
Belangrijke due‑diligencevereisten zijn onder meer:
- het identificeren en beoordelen van feitelijke en potentiële negatieve effecten op mensenrechten en milieu;
- het prioriteren van risico’s op basis van ernst en waarschijnlijkheid, met focus op hoogrisicogebieden;
- het voorkomen, beperken en herstellen van geïdentificeerde negatieve effecten;
- het instellen van klachten‑ en geschillenmechanismen;
- het monitoren van de effectiviteit van due‑diligencemaatregelen en deze periodiek actualiseren.
Toepasselijkheid Na de Omnibus I‑wijzigingen die in 2026 zijn aangenomen, is de CSDDD van toepassing op bedrijven met meer dan 5.000 medewerkers en meer dan EUR 1,5 miljard wereldwijde netto‑omzet.
Wanneer
- 26 juli 2029
EU‑verordening inzake dwangarbeid (EUFLR)
De EU‑verordening inzake dwangarbeid heeft tot doel producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd van de EU‑markt te weren, ongeacht waar de dwangarbeid plaatsvindt, door middel van een krachtig productverbod in plaats van naleving via openbaarmaking. De verordening legt een algemeen verbod op het op de markt brengen of exporteren van producten die met dwangarbeid zijn gemaakt. Autoriteiten (de Europese Commissie of nationale bevoegde autoriteiten) voeren risicogebaseerde onderzoeken uit en kunnen productverboden, terugroepingen en vernietiging opleggen. Eén centraal informatiepunt zal worden ingericht waar alle stakeholders klachten kunnen indienen, en er komt een EU‑brede databank met hoogrisicolanden (naar verwachting gepubliceerd in juni 2026).
De specifieke verwachtingen ten aanzien van due‑diligencesystemen zullen verder worden verduidelijkt in komende richtsnoeren. Wat al wel bekend is, is dat bedrijven verplicht zullen zijn om:
- risico’s op dwangarbeid in hun toeleveringsketens te identificeren en te beoordelen;
- bewijsmateriaal bij te houden dat risicogebaseerde due diligence aantoont, met name voor hoogrisicosectoren, ‑regio’s en ‑producten;
- snel te reageren op informatieverzoeken tijdens onderzoeken.
In de praktijk zullen bedrijven zonder geloofwaardige due diligence in de toeleveringsketen moeite hebben om producten te verdedigen tijdens onderzoeken, waardoor due‑diligencesystemen feitelijk een vereiste worden.
Toepasselijkheid De verordening is van toepassing op alle producten die op de EU‑markt worden gebracht of vanuit de EU worden geëxporteerd. In de praktijk kun je ermee te maken krijgen als je producten in de EU importeert, in de EU verkoopt of vanuit de EU exporteert – hetzij omdat je producten op de markt brengt, hetzij omdat je moet meewerken aan onderzoeken en indien nodig producten moet terugtrekken. De EUFLR bestrijkt risico’s op dwangarbeid op elk punt in de toeleveringsketen, van winning tot verwerking en productie.
Wanneer
- 14 december 2027, met een overgangsperiode van drie jaar.